03 SEP (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 03-09-2026 zo ingevuld:
(Houdt hij van muziek? Ja.) Does he like music? Yes, ........ .
he does he has he is
Het is in het Engels niet beleefd om alleen maar met "yes" of "no" te antwoorden. Daarom worden vaak korte zinnen als antwoord gebruikt. Je gebruikt hierbij het eerste werkwoord uit de vraag.
Zie ook de pagina antwoord.
(De president bezit vier huizen.) The president owns four ........ .
hice houses' houses house's
Het woord "house" heeft een regelmatig meervoud. Er komt dus een -s achter het enkelvoud. Let op: je gebruikt in het Engels nooit -'s in het meervoud!
Zie ook de pagina banks, houses.
(Ze hebben een daklozenopvang gebouwd in de buurt van Robins huis.) They built a homeless shelter ........ Robin's house.
near to over right
'Near' (betekenis: in de buurt van) is een voorzetsel van plaats.
Zie ook de pagina in, at, on.
(Het is tijd om naar het station te gaan.) It's time to go ........ the station.
too to two
to = naar too = ook / te (too much = te veel) two = twee
Zie ook de pagina to, too, two.