06 AUG (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 06-08-2026 zo ingevuld:
(Ik sta altijd om zeven uur 's ochtends op.) I ........ at seven in the morning every day.
get's up gets up get up am getting up
Je gebruikt de tegenwoordige tijd onder andere voor feiten of gewoonten.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
(Sommige van deze kleren zijn echt lelijk.) Some of these ........ are really ugly.
cloths clothe's cloth clothes
clothes = kledingstukken, kleren (spreek de o uit als in 'groot') to clothe = (aan)kleden
cloth = (stuk) weefsel, doek (spreek de o uit als in 'grot') floorcloth = dweil tablecloth = tafellaken
Zie ook de pagina banks, houses.
(We begonnen te wandelen bij het aanbreken van de dag.) We started hiking ........ dawn.
in at on
'At' (betekenis: bij) is een voorzetsel van tijd. Als je naar een specifieke tijd op de dag verwijst gebruik je altijd het voorzetsel 'at'.
Zie ook de pagina in, at, on.
(Hij werkt als ingenieur.) He works ........ an engineer.
like as
Like als voorzetsel betekent 'net zoals', terwijl as als voorzetsel een beroep aangeeft of zegt waarvoor iets gebruikt wordt.
Zie ook de pagina as, like.