18 JUN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 18-06-2026 zo ingevuld:
(Ik waste mijn handen.) I ........ my hands.
wash washes washed am washing
Je gebruikt de verleden tijd (-ed achter het werkwoord) om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen.
Zie ook de pagina verleden tijd.
Maria owns two ........ (fietsen).
bikes biken bike's
Het woord "bike" heeft een regelmatig meervoud. Er komt dus een -s achter het enkelvoud. Je gebruikt in het Engels nooit -'s in het meervoud.
Zie ook de pagina banks, houses.
(Hij vroeg me om de autosleutels.) He asked me ........ the car keys.
from over for with
to ask for = vragen om
Zie ook de pagina in, at, on.
(Je zult het doen, of je het nou leuk vindt of niet.) You'll do it, ........ you like it or not.
wether wheather weather whether
'Whether' is hier het juiste antwoord: het betekent 'of'.
Zie ook de pagina weather, whether.