15 JUN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 15-06-2026 zo ingevuld:
(Derrick kocht zijn auto in 2011.) Derrick ........ his car in 2011.
has bought bought has been buying buyed
Je gebruikt de verleden tijd om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen. Vaak staat er dan een tijdsbepaling in de zin die aangeeft dat iets is afgelopen, zoals "yesterday, a week ago, last month" etc. 'Buy' is een onregelmatig werkwoord en wordt 'bought' in de verleden tijd. In combinatie met zo'n tijdsbepaling is "has bought" fout in het Engels.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(We zijn blij dat dit grammatica-onderdeel nu af is.) ........ glad this grammar section is finished now.
Were We're Where
Where = waar, Were = was, waren, We're = we are.
Zie ook de pagina where, were, we're.
(De trein arriveert over 30 minuten.) The train arrives ........ 30 minutes.
on at in over
'In' (betekenis: over) is een voorzetsel van tijd en geeft in dit geval aan hoe lang er nog gewacht moet worden. Het voorzetsel 'in' wordt dus gebruikt wanneer men verwijst naar tijdsperiodes.
Zie ook de pagina in, at, on.
(De Europese Unie bestaat uit hoeveel landen?) The European Union consists of how many ........ ?
country's countries cuntries cuntry's
De juiste spelling van 'landen' is 'countries'.
Zie ook de pagina accessible.