23 MRT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 23-03-2026 zo ingevuld:
(De slager verkoopt vlees.) The butcher ........ meat.
sell sold selled sells
In de tegenwoordige tijd komt er bij "he/she/it" een -s achter het werkwoord.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
I am very busy in the kitchen. Is there ........ who can take care of the dog, please?
somewhere anyone
De spreker is knetterdruk in de keuken en vraagt daarom of er misschien íemand even kan helpen. In dat geval gebruik je 'anyone'. (Kan ik alsjeblieft hulp krijgen van één van al die mensen die niet aan het helpen zijn? Maakt niet uit wie.)
Zie ook de pagina some, any.
(Vorig jaar ben ik wezen backpacken in Zuidoost-Azië.) Last year I went backpacking ........ Southeast Asia.
in at under over
'In' (betekenis: in) is een voorzetsel van plaats. 'In' wordt altijd gebruikt voor plaatsen, landen, gebieden en continenten.
Zie ook de pagina in, at, on.
The country has always been ........ to the royal family.
faithful fateful
faithful = trouw, loyaal fateful = noodlottig
Zie ook de pagina accessible.